LOGOPEDIE > SPRAAKSTOORNISSEN >

LEZEN - DYSLEXIE | SPELLING - DYSORTHOGRAFIE | REKENEN - DYSCALCULIE | TAAL | SPRAAKSTOORNISSEN | STOTTEREN | STEM |



Spraakstoornissen


1. Articulatiestoornissen


Articulatiestoornissen worden onderverdeeld in:

 

  • Fonetische articulatiestoornissen: Eén of meerdere klanken kunnen niet juist uitgesproken worden. De motorische beweging wordt foutief uitgevoerd.
    bv. lispelen: De tong komt tussen de tanden (interdentaliteit) in plaats van achter de snijtanden.

 

  • Fonologische articulatiestoornissen: De spraakklanken kunnen wel correct uitgesproken worden maar ze worden binnen de taalcontext niet correct gebruikt.
    vb. De /r/ wordt in woorden steeds vervangen door de /j/, terwijl de /r/ wel correct gearticuleerd kan worden.


Deze articulatiestoornissen hebben elk een andere behandeling nodig.
Bij fonetische articulatiestoornissen ligt de klemtoon op het afleren van de foutieve en het aanleren van de correcte motorische beweging. Bij fonologische articulatiestoornissen wordt de nadruk gelegd op de betekenis van woorden.


Bepaalde fouten mogen nog voorkomen tot een leeftijd van 5 à 6 jaar. Daarna worden ze gezien als een articulatieprobleem en moeten ze behandeld worden. Soms is er ook reeds vroeger een logopedische behandeling nodig door de invloed op de spraakverstaanbaarheid.


Bij de aanpak van articulatiestoornissen is de samenwerking met de omgeving (bv. ouders en school) zeer belangrijk. Eerst wordt de correcte articulatie aangeleerd binnen de therapie. Daarna moet deze ook worden toegepast binnen andere sociale situaties. Daarbij komt de hulp van de omgeving goed van pas.


2. Afwijkend mondgedrag


Afwijkend mondgedrag (bv. duimzuigen, nagelbijten, open mondademen,…) kan leiden tot foutief slikken en tongpersen.

Door dit afwijkend mondgedrag is de kracht van de tong op de tanden te groot. Dit kan zorgen voor een verkeerde stand van de tanden, het verhemelte en andere mondstructuren.

Afwijkend mondgedrag wordt best behandeld zodat er geen gebitsafwijking ontstaat of om de kans op slagen bij orthodontie te vergroten.

Tijdens de logopedische behandeling wordt, met de hulp van de omgeving, het afwijkend mondgedrag afgeleerd. Daarna wordt de correcte slikbeweging aangeleerd.  Ook de eventuele bijhorende spraakproblemen (bv. lispelen, interdentaliteit) worden aangepakt. 


3. Neurologische spraakstoornissen


Neurologische spraakstoornissen zijn spraakproblemen die, meestal bij een volwassene, ontstaan door een neurologische aandoening (bv. na een CVA).


Het kan gaan om:

  • Verbale apraxie: wegens een verstoring van de programmering van de spraakspieren, moet een persoon zoeken om zijn spraakspieren in de juiste positie te krijgen om klanken en woorden te produceren.
  • Dysartrie: de spiercontrole van het spraakmechanisme is verstoord, waardoor de spraakverstaanbaarheid vermindert.